De Vuile Was
• zondag, maart 16th, 2008
( foto: vanmiddag door Mevrouw Mijn Vrouw, knáp hè..? )
Morgen begin ik eraan.
Morgen begin ik het verhaal te schrijven over hoe ik werkeloos raakte na dertig jaar werken voor een krant. Wat ik mee moest maken tijdens mijn kennismaking met instanties als het CWI en UVW, door wie je vanaf dat moment gepiepeld wordt.
Je bent geen respectabel mens meer. Je wordt terug-weer-en-herverwezen, aan de lijn gehouden. Je bent een papieren nummer, achteloos weggeflikkerd op een buro na drie uur op je beurt wachten.
Nu wil ik niet werkeloos zijn. Ik huurde een dure studioruimte, schreef me in bij de Kamer van Koophandel. Ik wil aan de slag. Zoals velen zoals ik dat zouden willen.
Maar nee, zeggen de instanties. Alle formulieren moeten wél kloppen hoor. Maar als ze niet kloppen bellen ze je niet, ook al beweren ze van wel. Ze houden je aan de lijn met de smoes dat ze je uitkering meteen zullen storten. Maar de uitkering blijft uit, je bankrekening houdt in feite op met bestaan…
Op deze manier zitten Mevrouw Mijn Vrouw, Ik en de Kinderen, al méér dan twee maanden zonder inkomen.
Vuile was ? Jawel. Aanmaningen, schuldeisers belagen ons. M’n leven lang nog nooit meegemaakt. Je gaat door het slijk, schaamt je dood. Ik, die altijd heeft gewerkt, en nu m’n nek uitsteekt om voor mezelf iets te starten. Maar hoe kan dat zonder inkomen..?
Ach ja, ik moet wél solliciteren hoor van ze, anders krijg ik geen uitkering. De uitkering die ik al niet krijg dus…
En wat moet ik dan in m’n sollicitatiebrief schrijven, als ik eerlijk ben..? Dat ik een eigen bedrijf wil beginnen, en derhalve ingeschreven sta..? Dat ik een bedrijfsruimte heb..? Wie o wie wil mij dan ? Wie o wie wil sowieso een 52-jarige..? Maar ja, ik moet solliciteren.., regel is regel…
Wat ik nu ga schrijven mag natuurlijk niet, maar ik zie mensen tijdens mijn kostbare uren in die wachtruimte om mij heen waarvan ik zweren wil dat ze nog nooit één cent in de Sociale Pot hebben achtergelaten. Zij hangen daar een beetje relaxed in hun stoel, lollystokje tussen de tanden en elkaar buiten lachend in de handen slaand. Ze spreken een taal die ik niet versta ( maar dat mag ik niet zeggen natuurlijk…).
Zij vermaken zich wel, want zij weten kennelijk dat je met niets ondernemen je tóch het makkelijkst wegkomt. Althans, zo vertrouwde mij iemand toe die met dezelfde ambitie instapte, maar het spel iets sneller doorzag. Hij speelt nu dagelijks met z’n kleinkinderen, ontvangt uitkering zonder problemen en beunt wat zwart bij.
Hij is blij, houdt dit nog jaren vol.
Ik zal wel vroeger neerzijgen, zo kwAad ben ik.
En daarom ga ik erover schrijven…
Vanaf nu.
( foto: vanmiddag door Mevrouw Mijn Vrouw, knáp hè..? )
Morgen begin ik eraan.
Morgen begin ik het verhaal te schrijven over hoe ik werkeloos raakte na dertig jaar werken voor een krant. Wat ik mee moest maken tijdens mijn kennismaking met instanties als het CWI en UVW, door wie je vanaf dat moment gepiepeld wordt.
Je bent geen respectabel mens meer. Je wordt terug-weer-en-herverwezen, aan de lijn gehouden. Je bent een papieren nummer, achteloos weggeflikkerd op een buro na drie uur op je beurt wachten.
Nu wil ik niet werkeloos zijn. Ik huurde een dure studioruimte, schreef me in bij de Kamer van Koophandel. Ik wil aan de slag. Zoals velen zoals ik dat zouden willen.
Maar nee, zeggen de instanties. Alle formulieren moeten wél kloppen hoor. Maar als ze niet kloppen bellen ze je niet, ook al beweren ze van wel. Ze houden je aan de lijn met de smoes dat ze je uitkering meteen zullen storten. Maar de uitkering blijft uit, je bankrekening houdt in feite op met bestaan…
Op deze manier zitten Mevrouw Mijn Vrouw, Ik en de Kinderen, al méér dan twee maanden zonder inkomen.
Vuile was ? Jawel. Aanmaningen, schuldeisers belagen ons. M’n leven lang nog nooit meegemaakt. Je gaat door het slijk, schaamt je dood. Ik, die altijd heeft gewerkt, en nu m’n nek uitsteekt om voor mezelf iets te starten. Maar hoe kan dat zonder inkomen..?
Ach ja, ik moet wél solliciteren hoor van ze, anders krijg ik geen uitkering. De uitkering die ik al niet krijg dus…
En wat moet ik dan in m’n sollicitatiebrief schrijven, als ik eerlijk ben..? Dat ik een eigen bedrijf wil beginnen, en derhalve ingeschreven sta..? Dat ik een bedrijfsruimte heb..? Wie o wie wil mij dan ? Wie o wie wil sowieso een 52-jarige..? Maar ja, ik moet solliciteren.., regel is regel…
Wat ik nu ga schrijven mag natuurlijk niet, maar ik zie mensen tijdens mijn kostbare uren in die wachtruimte om mij heen waarvan ik zweren wil dat ze nog nooit één cent in de Sociale Pot hebben achtergelaten. Zij hangen daar een beetje relaxed in hun stoel, lollystokje tussen de tanden en elkaar buiten lachend in de handen slaand. Ze spreken een taal die ik niet versta ( maar dat mag ik niet zeggen natuurlijk…).
Zij vermaken zich wel, want zij weten kennelijk dat je met niets ondernemen je tóch het makkelijkst wegkomt. Althans, zo vertrouwde mij iemand toe die met dezelfde ambitie instapte, maar het spel iets sneller doorzag. Hij speelt nu dagelijks met z’n kleinkinderen, ontvangt uitkering zonder problemen en beunt wat zwart bij.
Hij is blij, houdt dit nog jaren vol.
Ik zal wel vroeger neerzijgen, zo kwAad ben ik.
En daarom ga ik erover schrijven…
Vanaf nu.












