Het Verhaal (32)
• dinsdag, oktober 21st, 2008
Vanmorgen de bloedtest die de dag voor de laatste kuur op het programma stond. Routine intussen ? Was het maar waar.
Ingrid voelt bij het ontwaken eenzelfde bobbeltje in haar hals als de uitzaaiing die de longkanker op die rampdag in juli aankondigde. Schrik, maar ja, het kan ook simpelweg een lymfekliertje zijn. Een uur later bij de longarts, die twijfelt. Het hoeft niet zo te zijn. Echter, morgen de laatste chemo die men in Roosendaal kan geven en dan wordt het toch de VU in Amsterdam, als onze zorgen bewaarheid worden.
Maar het hoeft niet zo te zijn. Het hoeft niet zo te zijn… Niet zo. We blijven hopen op het beste, toch ?
De dag verloopt onwezenlijk. Ik frommel m’n parkeertkaartje in de gleuf voor de pinpas en heb het niet eens door. Rij glad de straat voorbij waar ik wezen moet. Hef de verkeerde naam aan in een mail aan een andere geadresseerde.
Maar ik moet door, de deadlines voor m’n opdrachten draag ik als een loden last op m’n schouders mee. Bij de les blijven kost nu tweehonderd procent concentratie, af en toe even stilstaan om de geest weer op te ruimen.
De laatste kuur, laat die in wiensnaam dan ook baat brengen. Alsjeblieft, wie dan ook.
Waaróm nu toch..?
Vanmorgen de bloedtest die de dag voor de laatste kuur op het programma stond. Routine intussen ? Was het maar waar.
Ingrid voelt bij het ontwaken eenzelfde bobbeltje in haar hals als de uitzaaiing die de longkanker op die rampdag in juli aankondigde. Schrik, maar ja, het kan ook simpelweg een lymfekliertje zijn. Een uur later bij de longarts, die twijfelt. Het hoeft niet zo te zijn. Echter, morgen de laatste chemo die men in Roosendaal kan geven en dan wordt het toch de VU in Amsterdam, als onze zorgen bewaarheid worden.
Maar het hoeft niet zo te zijn. Het hoeft niet zo te zijn… Niet zo. We blijven hopen op het beste, toch ?
De dag verloopt onwezenlijk. Ik frommel m’n parkeertkaartje in de gleuf voor de pinpas en heb het niet eens door. Rij glad de straat voorbij waar ik wezen moet. Hef de verkeerde naam aan in een mail aan een andere geadresseerde.
Maar ik moet door, de deadlines voor m’n opdrachten draag ik als een loden last op m’n schouders mee. Bij de les blijven kost nu tweehonderd procent concentratie, af en toe even stilstaan om de geest weer op te ruimen.
De laatste kuur, laat die in wiensnaam dan ook baat brengen. Alsjeblieft, wie dan ook.
Waaróm nu toch..?












