11 – 03 – 2025

Geplaatst op

Hoofdstuk 5. Dat zou het worden. In m’n hoofd althans. Maar je leven beschouwend zijn er momenten, herinneringen waar je in blijft hangen. Dat kunnen verdrietige momenten zijn, maar ook momenten die je koestert. Zo lang zijn ze weg geweest, en hoppaaaaa, ineens weer terug.

Maar het zou allemaal vreemd gaan lopen. Een appje laat op de avond van een vriendin. Er was een 112-tje langsgekomen dat een ambulance naar de Middenstraat meldde. Het zou toch niet..?

Ik antwoordde heel flink ‘Nee joh, dat zal echt niet’, maar daarna sloeg de twijfel toe, en ik durfde niemand zo laat met dit bericht lastig vallen.

Die nacht sliep ik net echt in. Het zal toch Toon niet zijn..? Nee, die oogde altijd fit, en opgewekt. En zo oud was Toon niet naar mijn gevoel. De volgende dag bleek als snel dat het wél Toon betrof, en dat hij ouder was dan ik altijd verondersteld had.

Een hartstilstand.

Het verdriet die week nam ongevraagd toe. Dat krijg je als je tussen stervelingen woont, en zeer zeker tussen mensen die een hersenletsel overkwam, dat zich bij ieder op een andere wijze manifesteert. Het geheugen kan ineens verdwenen zijn, en aldus ook de band die je -hoewel zonder opzet- samen opgebouwd hebt.

En dan heb je nog te kampen met een emotiefilter dat zodanig beschadigd is dat huilbuien niet tegen te houden, laat staan te stoppen, zijn. Het vreet energie bovendien. Al met al werd het dus een week waar ik nog lang stil bij zal staan. Ik kon de prachtige uitvaart en het afscheid van één van Roosendaals meest inspirerende mensen in m’n eigen beslotenheid volgen. Ik mocht een streamingscode ontvangen. Ik voelde me een beetje een gluurder, maar het stelde me later ook gerust.

En nog steeds vloeide Hoofdstuk 5 niet uit mijn pen. Ik besloot mijn gedachten te verzetten. Ik wilde een klein diorama bedenken, waarin trams reden. Kleine, vrolijke kronkelende trams over oud plaveisel, als herinnering aan wat ik voornamelijk in die week verloren was. Een monumentje, dat ik alleen begrijpen zou…

M’n psychologe wil maandelijks met mij praten. En eerlijk gezegd, ik graag met haar. Sinds blijkt dat ik heel helder kan uitleggen wat er sinds mijn herseninfarct is gebeurd, in mij, om me heen, m’n verdwenen kwaliteiten, maar ook, heel wonderlijk, hernieuwde kwaliteiten, ben ik een ideale gesprekspartner. Ze lacht vaak om de wijze waarop ik over dingen denk, genietend van de kwaliteiten van mensen dicht om mij heen, vriendschappen die zichzelf kunnen overstijgen en gouden gunmomenten.

Ditmaal lacht ze als ik vertel van mijn vlucht naar de trammetjes, en aansluitend m’n opborrels over modulemodelspoorbanen en baanbuddy’s. Iedereen blij, iedereen lekker bezig, hoe simpel kan het zijn…

En intussen komt de 19e maart dichterbij. Ik voel het aan mijn lijf, ineens vallen data op verpakkingen mij op, en weer dat onbestemde gevoel van toen, in 2009.

M’n psychologe noteert en weet. Geen tijd, onvoldoende gelegenheid om te rouwen. Toen. Immers, er moest geld verdiend worden. Zonder geld zou ik nog meer kwijt raken dan Ingrid alleen. Dat wil je dan wanhopig voorkomen, terwijl je wezen beseft dat het moment van optimaal verlies heus wel zou komen.

Nu, zo vele jaren later, kan ik weer lezen. Kan ik weer schrijven. Niet netjes, maar leesbaar. M’n kleindochtertje is al 5 jaar geworden, en haar juf noemt haar een ‘ideeënfontein’, met een Opa die in het grootste huis van Roosendaal woont. M’n 3-jarig kleinzoontje wordt vrolijk van trekkers en steekt stoer z’n knuistjes in z’n zakken als-ie gaat lopen. Z’n stappen stevig in de Twentse bodem zettend.

En volgende week begin ik écht aan Hoofdstuk 5…

5 reacties op “11 – 03 – 2025&rdquo

Laat een antwoord achter aan Karin Bogers Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.