Let op de kleintjes. Altijd.
En dan heb ik het niet over geld, integendeel. Ik heb het ook niet over kinderen.
Met kleintjes bedoel ik de grote groep grijzen die in het levensstadium verkeren dat je langzaam van deze wereld weg krimpt.
Pas op: de groep wordt alsmaar groter en groter.
Vaak worden ze gesignaleerd in supermarkten, waar ze hun winkelkarretjes te pas en te onpas de looppaden laten versperren, óf de glazen deuren van de koelvitrines.
Ik heb respect voor ze, daar niet van. Ik begrijp heel goed dat het winkelbezoek vaak een uitje voor hen is.
Maar binnen korte tijd overkwam het mij voor de derde keer in korte tijd dat ze nota bene bij de snelkassa hun portemonnee op de balie leegstorten en tegen het winkelmeisje glimlachend zeggen: ‘Jullie zijn blij met kleingeld hè.., kijk eens wat ik voor je heb..?’
Het meisje begint supersnel mee te tellen terwijl het oudje met schuivende vinger voor schuivende vinger de muntjes telt. De rij wachtenden aan de snelkassa groeit en groeit inmiddels, en als het vrouwtje na driekwart van de centjes geteld te hebben ineens zegt: ‘Oh nee, ik doe het verkeerd’, en met de schuivende vinger weer overnieuw begint hoor je achter je hier en daar een hersenpan ploffen.
Het winkelmeisje kleurt diep rood, en vergist zich van de zenuwen ook met tellen.
En hop, daar gaan we weer…
Het wordt tijd dat er naast de snelkassa een langzaamkassa komt. Geen servicebalie. Nee, een langzaamkassa.
Want onze oudjes zijn nog láng niet uitgeteld…


























